Gordijnen zijn niet alleen sfeerbepalend, ze bepalen ook hoeveel licht er binnenvalt en hoeveel mensen van buitenaf kunnen zien. En laten we eerlijk zijn: je buurman hoeft jou niet in je ochtendjas door de woonkamer te zien slenteren. Welke lichtdoorlatendheid het beste bij je past, hangt af van twee dingen: in welke ruimte het gordijn hangt en hoeveel privacy je daar nodig hebt. Een woonkamer aan de straatkant vraagt om iets anders dan een slaapkamer op de eerste verdieping. Bij Okika helpen we je die keuze maken op basis van jouw situatie. Niet op basis van wat er toevallig nog in het magazijn lag.
Wat betekent lichtdoorlatendheid precies?
De lichtdoorlatendheid van gordijnen geeft aan hoeveel (dag)licht er doorheen schijnt. Dunne, luchtige stoffen laten doorgaans meer licht door dan dikke stoffen, maar het hangt ook af van de weving en het materiaal.
Bij Okika verdelen we gordijnen op lichtdoorlatendheid in vier hoofdcategorieën: vitrage, inbetweens, semi-lichtdoorlatende gordijnen en overgordijnen. Welke van de vier het beste past, bepaal je niet alleen op stof, maar vooral op de ruimte en hoeveel inkijk er is.
Vitrage: licht en luchtig
Vitrage is gemaakt van een dunne stof met een losse, open weving. Die open structuur filtert het licht mooi, zodat het zachter binnenkomt, alsof de zon een zonnebril opzet voordat hij naar binnen kijkt.
Vitrage werkt het beste in ruimtes waar je overdag leeft en waar weinig direct inkijk is, zoals een woonkamer of serre aan de tuinzijde. Kijk je recht uit op een drukke straat? Dan biedt vitrage alleen niet genoeg privacy overdag. Combineer het dan met een overgordijn erachter. want wat er achter de vitrage gebeurt, blijft thuis.
Inbetween gordijnen: de middenweg
Vitrage en inbetween gordijnen lijken op het eerste gezicht veel op elkaar, zelfs zo veel dat we ze bij Okika gewoon in één categorie hebben gezet. Het verschil zit vooral in de weving. Een inbetween is iets dichter geweven dan een vitrage, waardoor je overdag nét wat meer privacy hebt zonder veel daglicht te verliezen. Geen wereld van verschil, maar wel genoeg om een eigen naam te verdienen.
En die naam komt niet uit de lucht vallen. Een inbetween hangt letterlijk tussen het raam en de overgordijnen in. Overdag sluit je alleen de inbetween voor privacy terwijl het daglicht gewoon binnen blijft vallen. Zodra het donker wordt, sluit je de overgordijnen voor volledige privacy, extra isolatie en een warmere uitstraling. Zo vullen beide stoffen elkaar perfect aan.
Semi-lichtdoorlatende gordijnen: subtiel en sfeervol
Semi-lichtdoorlatende gordijnen laten nog steeds daglicht door, maar zijn dichter geweven dan een inbetween. Ze zien eruit als een overgordijn, maar als er licht doorheen valt zie je dat de stof toch niet volledig afsluit.
Ons advies: voor ruimtes met veel daglicht die je toch een beetje wilt kunnen afsluiten, is semi-lichtdoorlatend een uitstekende keuze. Woon je aan een drukke straat en wil je privacy zonder dat de kamer donker aanvoelt? Dan past deze stof goed bij jouw situatie. Hetzelfde geldt voor een thuiswerkplek: fel tegenlicht wordt getemperd, je scherm blijft leesbaar, en je netvlies hoeft geen overuren te draaien.
Overgordijnen: warm en sfeervol
Overgordijnen zijn de beste keuze als je zoveel mogelijk licht wilt tegenhouden en veel waarde hecht aan privacy. Ze worden gemaakt van zwaardere stoffen zoals dicht geweven chenille gordijnen of karaktervolle linnen gordijnen. Dat geeft niet alleen een warme uitstraling, maar zorgt er ook voor dat de gordijnen mooi vol voor het raam hangen.
De dikkere stof heeft nog een voordeel. Overgordijnen helpen de kou buiten te houden, dempen geluid van buiten en maken een ruimte merkbaar rustiger. Vooral in de slaapkamer is dat prettig. Je houdt licht en inkijk buiten, waardoor de kamer donkerder aanvoelt en je beter kunt slapen. Ook in een kinderkamer zijn overgordijnen een praktische keuze. Een donkere kamer maakt een middagdutje vaak net iets makkelijker.
Waar let je verder op?
De ligging van de kamer speelt ook een rol. Krijgt een raam veel direct zonlicht, dan is een wat dichtere stof vaak de betere keuze. Vroeger was verkleuring iets om rekening mee te houden, maar moderne gordijnstoffen zijn veel kleurvaster. Daarom vermelden we bij iedere stof de lichtechtheid. Heeft een gordijn een score van 4 of hoger, dan is het prima geschikt voor een zonnige ruimte.
Ook de sfeer die je wilt creëren is belangrijk. Dikkere stoffen geven een ruimte vaak een warmere en vollere uitstraling, terwijl lichtere stoffen juist luchtiger ogen. De kleur doet daar nog een schepje bovenop. Donkere tinten maken een ruimte knusser, terwijl wit, beige en lichtgrijs juist zorgen voor een frisse en rustige basis. Uiteindelijk kies je vooral wat past bij jouw interieur en de manier waarop je woont.
Slim combineren voor de perfecte lichtinval op elk moment
Door met verschillende lagen te werken creëer je niet alleen meer sfeer, maar speel je ook gemakkelijk met de lichtinval. In ruimtes op de begane grond wordt niet voor niets vaak gekozen voor de combinatie van overgordijnen met een transparante stof erachter, terwijl dat extra laagje op verdiepingen meestal niet nodig is. Door zowel rekening te houden met inkijk als lichtinval en uitstraling, maken je nieuwe gordijnen de ruimte helemaal af en passen ze perfect bij jouw leefstijl.





